Weven: wat is het?

Nu wordt het misschien een beetje verwarrend. Fröbel gebruikte voor het werk wat ik nu ga beschrijven de term ‘vlechten’. In deze online cursus maak ik onderscheid tussen vlechten en weven. Weven is voor mij: een mat of raster vullen met een reep papier (of ander materiaal) door gebruik te maken van een op- en neergaande beweging. Die op- en neergaande beweging is belangrijk om goed te kunnen vlechten (daar kom ik dus later op terug). Vandaar dat ik hier eerst het weven bespreek!

Er zijn kant en klare weefmatten te koop, soms gemaakt van stevig plastic, zodat de kinderen het weven kunnen oefenen.

De simpelste vorm van weven is de ene reep op-neer-op te laten en de volgende tegengesteld, dus neer-op-neer. Zo ontstaat er een patroon. Er zijn echter nog andere patronen om te ontdekken! Voorbeelden vind je in een volgende les.

Natuurlijk kun je dit weven, de op- en neergaande beweging ook op andere manieren oefenen. Heb jij bijvoorbeeld een hek op het schoolplein? Geef de kinderen repen stof en laat ze deze door het hek weven. Ook met een stuk kippengaas of een ander metalen raster kun je dit oefenen. Maak ook eens een raster van takken en laat de kinderen weven met stof, wol of gras.