Weven: aanwijzingen en tips
Voor jonge, onervaren handen is het goed om eerst veel succeservaring op te doen met weven en vlechten. Dit past ook echt bij de gedachten van Fröbel, voor het kind doorkan naar de volgende stap moet het eerst deze techniek goed onder de knie hebben.
Voor het weven geldt daarom: laat kinderen eerst werken met stevige materialen en geef ze iets waar ze snel succes mee hebben. Dus geen grote matten om uren aan te werken, maar iets dat sneller klaar is!
Je kunt vlechtrepen in meerdere maten en diktes krijgen. De smalste repen zijn 1 cm, maar er zijn ook repen van 1.5 cm (als je net zo slecht bent in het inschatten van maten als ik: dat is ongeveer de breedte van je wijsvinger), 2 en zelfs 4 cm breed. De dikte van het papier is ook van belang: repen van 60 grams papier zijn erg dun en scheuren snel, maar zijn wel weer makkelijk te vouwen en bewegen. Maar voor weven zou ik voor dikker papier gaan, 120 of zelfs 140 grams. Let op, in sommige pakken zitten slechts enkele kleuren stroken, kijk even goed of je dat prettig vindt of dat je juist veel verschillende kleuren wilt.
Zoals ik in het filmpje uitlegde, gaan kinderen eerst ‘gewoon op en neer’ om deze techniek onder de knie te krijgen. Waar ze dat mee oefenen maakt niet uit, maar vlechtmatten zijn hiervoor natuurlijk geschikt. Je kunt van allerlei vormen zelf een vlechtmat maken door het dubbel te vouwen en er lijnen in te knippen.

Er zijn ook kant en klare vlechtmatten te koop: witte papieren matten met sleuven erin. De maat van de vlechtrepen die je hierbij gebruikt is wel weer van belang! Een mat heeft een vaste maat, het is daarom prettig om met stroken van 1 cm breed te werken. Dit geeft een mooi resultaat, een patroon met vierkantjes.
download de vlechtmat voor repen van 1,5 cm (word document of pdf)
