Vouwreeks

Je hebt op maandag uitgelegd hoe het vouwwerkje dat de kinderen deze week moeten maken werkt. Maar… die ene kleuter die pas op vrijdag begint, kan zich jouw uitleg misschien niet meer helemaal herinneren. Wat nu?

Daarvoor zijn de vouwreeksen bedoeld. Eigenlijk is het een stappenplan waarin je visueel weergeeft hoe het vouwsel tot stand komt. In de vorige les vertelde ik waar je tijdens je instructie op moet letten. Nu laat ik je zien hoe je een vouwreeks aan kunt bieden.

Het ideale stappenplan

Het ideale stappenplan is sweet and simple. Als je bijvoorbeeld een doosje wil laten vouwen, begin je je stappenplan niet met rechte vouw, recht kruis, kast… Nee, de eerste stap in het stappenplan is dan ‘vouw 16 vierkantjes’. Dit kan dus alleen als de kinderen al weten dat je voor die 16 vierkantjes eerst boek-kruis-kast etc vouwt.

Het ideale stappenplan is ook overzichtelijk. Het liefst lezen de kinderen de stappen van links naar rechts af. Nummer je de stappen? Nóg beter. Of je kunt een vouwboek maken waarbij de stappen elkaar logisch opvolgen. Kinderen kunnen zo’n vouwboek op hun tafel neerleggen, waardoor ze de stappen snel kunnen zien en volgen.

Het ideale stappenplan tastbaar. Het nadeel van een vouwboek is weer dat het vaak ingeplakt is, waardoor het meer twee-dimensionaal wordt. Als je een vouwreeks ophangt die de kinderen kunnen aanraken, dan kunnen ze de stappen aan alle kanten bekijken. Hoe ziet het blad er aan de achterkant uit?

Bestaat jouw vouwwerkje uit twee vouwbladen? Dan zou je kunnen overwegen om twee vouwreeksen (stappenplannen) te maken en die onder elkaar op te hangen.

Een vouwboekje

Dit vouwboekje moet je niet verwarren met het vouwboek dat sommige collega’s op hun opleiding gemaakt hebben. In dat vouwboek zitten steeds de eind vouwsels in een reeks. Daarin gaat het dus minder om de stappen om tot dat vouwsel te komen. Het is wel interessant om de kinderen dit te laten zien, misschien kunnen ze er zelf achter komen hoe dit gevouwen is? Zie hiervoor ook de ‘tips voor slimme kleuters’.

Maar in een vouwboekje zitten de verschillende stappen om tot een vouwsel te komen. Het voordeel hiervan is dat de kinderen steeds maar één stap zien, ze moeten de bladzijde omslaan om tot de volgende stap te komen. Een ander voordeel is dat je zo’n boekje maar één keer hoeft te maken en jaar in jaar uit weer kunt gebruiken (terwijl een losse vouwreeks minder goed te bewaren is).

Tip: leer de kinderen aan dat in een vouwreeks een stippellijn altijd staat voor een VOUW, een doorgetrokken lijn voor een KNIP.

Je ziet hier een vouwreeks om een schoen te vouwen. Er zijn drie stappen: 16 vierkantjes vouwen, een rij afknippen en aan beide kanten twee lijnen inknippen. Bij de laatste stap kunnen de kinderen de schoen uit elkaar halen, omdat deze niet vastgeplakt zit maar vast zit met paperclips.

De stappen zijn opgehangen met magneten, zodat ze door de kinderen van het bord gehaald kunnen worden. Nadeel: dit moet je waarschijnlijk steeds opnieuw maken (tenzij je het netjes op kunt bergen) en dat kost dus tijd.

Je ziet hier ook dat ik de 16 vierkantjes niet in stappen heb opgedeeld: ik ga er vanuit dat de kinderen dit nog weten.

Hier zie je een vouwreeks die Kim van Oort me toestuurde
En hier zie je een vouwboekje, waarbij het eindresultaat op de voorkant te zien is. Sigrid Bult stuurde me deze foto!