Opdracht: rekenen met prentenboeken

Ik heb wel eens geroepen dat je eigenlijk met elk prentenboek wel kunt rekenen…

Hier in de cursus geef ik bij elke module tips voor prentenboeken die specifiek over rekenen gaan. Ze gaan dus over vormen, over delen, over wegen, etc. Maar voor deze opdracht wil ik dat je het anders aanpakt.

Neem een boek!

Jij werkt ongetwijfeld nu met een thema of vanuit iets waar de kinderen in geïnteresseerd zijn. Duik eens in je boekenkast of ga naar de bieb en zoek prentenboeken die passen bij het huidige thema. Leg die prentenboeken voor je en zet je rekenbril op!

Zie je in de tekst aanleidingen om het met de kinderen over rekenen te hebben? Pak eventueel als geheugensteuntje de aanbodsdoelen van rekenen erbij, zodat je weet hoe breed je eigenlijk kunt denken. Wordt er ergens in de tekst misschien gesproken over grootte (een nieuwe fiets omdat de oude te klein is)? Of over afstand? Tijd? Maak voor jezelf aantekeningen, noteer de tekst/bladzijde, het rekendomein waar dit bij past en misschien al een vraag die je aan de kinderen zou kunnen stellen.

Doe hetzelfde nu met de afbeeldingen uit het boek. Dat is het fijne aan prentenboeken, je hebt zowel tekst als illustraties om mee te werken! Zie je bijzondere vormen, kleuren, spiegelingen, iets dat je aan rekenen doet denken? Maak ook hiervan aantekeningen op dezelfde manier als hierboven.

Nu heb je dus een prentenboek (of meerdere) dat je kunt voorlezen en waarbij je een rekenvraag kunt stellen!

Extra uitdaging

Je kunt nog een stapje verder gaan. Zie je misschien mogelijkheden voor een verwerking die met rekenen te maken heeft? Een vouwwerkje, een knutselopdracht (met of zonder voorbeeld), een spel, een rekenuitdaging? Dit mag zo groot en zo klein als jij het wil! Het hoeft dus niet meteen een opdracht te zijn die de hele klas moet uitvoeren. Maar het kan ook zijn dat je een klein groepje kinderen vrijwillig iets laat doen en dat uiteindelijk de hele klas enthousiast raakt.

Ik zal je een voorbeeld geven, bij het prentenboek Nog 100 nachtjes slapen, van Milja Praagman. Dit was het prentenboek van het jaar 2013 en destijds heb ik er op mijn website ideeën bij gegeven. Het prentenboek gaat over Dorus die pas over 100 nachtjes jarig is, maar nu al wel zin heeft in een feestje.

Tellen tot 100

  • 100 is een getal, wie kan er tot 100 tellen? Zullen we samen kijken hoe ver we komen?
  • Wat zou €100 kosten?
  • Hoe hard is 100 km per uur?
  • Passen er wel 100 kinderen in onze klas?

Knippen

Dorus knipt uit allerlei stofjes die ze tegenkomt een driehoek, waar ze uiteindelijk een slinger mee maakt. Verzamel allerlei materialen waaruit de kinderen driehoeken mogen knippen, stofjes, papier, karton, vilt, plastic, chipszakjes, behangstalen, etc. De kinderen zullen ervaren dat niet alle materialen even gemakkelijk te knippen zijn! Alle driehoeken worden natuurlijk samengevoegd in één lange, bijzondere slinger.

Reeksen plakken

Knip allerlei driehoeken uit behangstalen, verschillende soorten papier, of gebruik plakfiguren van bijv. mozaïek, en laat de kinderen reeksen plakken. Je kunt opdrachtkaarten maken door het begin van de reeks voor te plakken, de kinderen maken de reeks af. Tot slot tekenen ze er een lange zwarte lijn langs, zo hebben ze hun eigen slinger! Reeksen kunnen variëren in moeilijkheidsgraad: ABAB, AABAAB, AABBAABB, ABCABC etc.

Kleedjes knippen

Knippen in andermans kleren is natuurlijk niet zo netjes, geef de kinderen daarom eens vouwblaadjes. Vouw ze dubbel, nogmaals dubbel tot een vierkant en nogmaals dubbel tot een driehoek. Laat de kinderen nu allerlei vormpjes langs de randen knippen. Als ze het blaadje weer open vouwen, hebben ze een mooi kleedje met allerlei patronen! Leuk om (als sneeuwvlokken) op het raam te plakken, als je kleuterlijm gebruikt kun je ze er later zo weer af trekken. Laat de kinderen experimenteren met vouwen en verschillende vormen, en laat ze de kleedjes met elkaar vergelijken. Welk kleedje heeft de meeste gaten?

Slingers maken

Laat de kinderen stroken papier knippen, die tot een cirkel plakken en daarmee een slinger maken. Elk kind maakt 10 cirkels, 10 kinderen maken zo samen een 100 ketting! Hiermee kun je de klas mooi versieren.

De driehoek

De driehoek is een vorm die veel voorkomt in dit boek. Komen de kinderen deze vorm wel eens vaker tegen? Stuur een groepje kinderen (onder begeleiding van een ouder of kind uit hogere groep) op pad met een camera. Laat ze foto’s maken van driehoeken!

  • Bestudeer de vorm, hoe kunnen we die herkennen?
  • Leg eens verschillende soorten driehoeken naast elkaar, en bekijk of het allemaal wel driehoeken zijn. Ze zien er allemaal anders uit, toch heten ze hetzelfde, hoe kan dat?
  • Pak eens een vouwblaadje, wat voor vorm is dat? Kan iemand daar een driehoek van maken zonder het papier te scheuren of knippen?
  • Pak de driehoeken uit de mozaïekbak, en teken op een vel papier een vierkant. Kan deze vorm gevuld worden met driehoeken?
  • Teken nu een cirkel, kan die ook gevuld worden met driehoeken? Waarom lukt dat nu niet goed?