Creativiteit?

Hoe kun je er voor zorgen dat de kinderen tóch hun creativiteit kwijt kunnen bij het maken van een vouwwerkje. Ik geef je tips en voorbeelden!

Ok, je weet nu dat je vouwen eigenlijk meer moet zien als rekenen dan als knutselen. Sowieso moeten we misschien even kijken wat het begrip ‘creativiteit’ eigenlijk inhoudt?

Creatief zijn wil zeggen dat je in staat bent nieuwe dingen te bedenken of te maken. Je maakt daarbij gebruik van je fantasie (een stok wordt een zwaard). Je kunt bestaande ideeën met elkaar verbinden tot iets nieuws (als ik een touw aan een stok maak, heb ik een hengel om mee te vissen).

Misvattingen!

Iemand die aan het knutselen is, is lang niet altijd creatief bezig! Als je namelijk een voorbeeld aan het namaken bent, zonder dat je daar je fantasie bij hoeft te gebruiken, heb je dan wel iets nieuws bedacht?

Iemand die een voorbeeld namaakt, kan nog steeds creatief zijn! Je ziet dit vaak onder bijvoorbeeld kunstschilders: eerst leren zij iets na te maken, alvorens ze zelf iets gaan creëren. Van het namaken leren ze belangrijke technieken die ze later kunnen gebruiken.

Iemand die creatief is, is lang niet altijd ‘goed met zijn handen’, oftewel goed in knutselen! Ik zie dit vaak voorbij komen onder leerkrachten: ze zien collega’s mooie dingen haken voor hun klas en zeggen dan zelf ‘niet creatief’ te zijn. Mag je dus noooit meer van jezelf zeggen, ok? Je kunt ook creatief zijn met woorden, muziek, of juist altijd een oplossing weten voor een probleem.

Hoe kunnen kinderen creatief zijn bij een vouwwerkje?

Je weet nu dat het doel van een vouwwerkje niet zo zeer in de creativiteit ligt. Maar dat betekent niet dat je creativiteit niet toe kunt voegen. Zie de aangeleerde vouwreeksen als de techniek, de basis die alle kinderen moeten beheersen en zie de creativiteit als het sausje er bovenop. Hoe pak je dat aan?

Wat kunnen we hiervan maken?

Bied de basisvouw aan die je aan wil leren en vraag vervolgens aan de kinderen: wat kunnen we hiervan maken? Wat kan dit worden?

Voorbeeld: je hebt het schuine kruis gevouwen en laat de kinderen de driehoeken los knippen. Nu mogen ze deze rangschikken naar eigen inzicht, wordt het een kerstboom, krijgen de driehoeken gezichtjes of plakken de kinderen de driehoeken weer aan elkaar tot een vierkant? Het doel was die schuine vouw, de kinderen hebben daar zelf iets nieuws mee gecreëerd.

Enkele voorbeelden

Op dezelfde manier als hierboven bied je een basisvouw aan met enkele voorbeelden waar de kinderen uit kunnen kiezen.

Voorbeeld: de kinderen leren hoe ze 16 vierkantjes moeten vouwen. Jij hebt enkele voorbeelden gekopieerd of gemaakt en hangt deze in de klas. De kinderen zoeken zelf uit hoe ze hun 16 vierkantjes kunnen gebruiken om tot het voorbeeld te komen, óf ze bedenken iets helemaal nieuws. Het einddoel is niet ‘het namaken van een voorbeeld’, het doel was die 16 vierkantjes vouwen.

Vouwen binnen het thema

Als de kinderen enkele basisvouwen hebben geleerd, kun je hen ook vragen zelf iets te bedenken dat bij het thema past. Hang de basis vouwreeksen op ter inspiratie.

Voorbeeld: het thema is voertuigen, je vraagt de kinderen of ze iets kunnen vouwen dat hier bij past. Wie kan een auto vouwen? Of een vrachtwagen? Het voordeel van deze werkwijze is dat de kinderen ook goed van elkaar kunnen leren!

Basisvouwsel verder afmaken

De kinderen maken een vouwsel naar eigen inzicht verder af.

Voorbeeld: de kinderen hebben een vis gevouwen. Met papier en stiften kunnen ze de vis verder versieren en ze maken eventueel een achtergrond waar de vis op geplakt kan worden. Op deze manier is geen vis hetzelfde!