Thema Sinterklaas

Nu je de opbouw van 16 vierkantjes weet, realiseer je je misschien wel dat je de komende periode wat meer wil vouwen! De Sinterklaas periode is hier ideaal voor, er wordt meestal lekker veel geknutseld (ja, zeg ik toch knutselen). Ik vind het zelf heerlijk om de kinderen een techniek aan te bieden, waarmee ze vervolgens de vrije hand (=creatief) in hebben. En daar komen deze vouwtechnieken goed bij van pas!

Ik geef je voorbeelden van opdrachten die je de kinderen kunt aanbieden, waarbij je de vouwtechniek aanbiedt, en waarbij ze vervolgens zelf het werkje ‘afknutselen’. Komt ‘ie!

Eerste vouw: boek

In het filmpje heb je kunnen zien dat die eerste vouw een rechte vouw is, waarbij je een boek creëert. In de Sint-periode maken we daarvan natuurlijk… het boek van Sinterklaas! Vouw drie witte vouwbladen en één rood blad als omslag. Nietje erin en nu mogen de kinderen het boek verder vullen. Willen ze erin schrijven? Tekenen? Of knippen ze plaatjes uit van dingen die ze graag willen hebben? Natuurlijk moeten ook de namen van hun klasgenoten in het boek!

Het boek kan ook worden: de laptop van Sinterklaas

Tweede vouw: recht kruis

Van het rechte kruis kun je vrij eenvoudig een huis maken. Vouw twee hoeken naar het middelpunt om het dak te maken. Laat elk kind een huis vouwen en versieren. Misschien met het eigen huisnummer erop? Of loopt er een piet op het dak? Vervolgens plak je deze huizen met kleuterlijm op het raam. Misschien kunnen ze wel blijven hangen in de kerstperiode, maar dan met wat dennenbomen erbij?

Het rechte kruis kan ook worden: een envelop (vouw alle hoeken naar het middelpunt)

Derde vouw: kast

Na het rechte kruis leren de kinderen hoe ze de ‘kastdeuren’ dicht moeten maken, door de zijkanten naar de middellijn te vouwen. Als ze één kastdeur hebben gevouwen, kunnen ze een paard maken! Dit is een beetje lastig uit te leggen, dus ik heb een foto gemaakt.

Uit het stuk tussen de benen kunnen de kinderen het hoofd knippen. Ook dit kunnen ze zelf verder af knutselen, hoe ziet het paard eruit? Wie zit op zijn rug?

Vierde vouw: 16 vierkantjes

Als de kinderen beide kasten hebben gevouwen, ontstaan er 16 vierkantjes. Daarvan kun je een pietenmuts maken!

Juf Janet (de Vouwjuf) maakt van 16 vierkantjes ook een stoomboot. Maar het is ook leuk om de kinderen zelf eens te vragen: wat kun je nog meer bedenken met deze vouw? Kun je een Sint maken? Of een zak? Zo stimuleer je de creativiteit én stimuleer je de rekenontwikkeling!